Volg het kind
Je hoeft geen spelleider te zijn. Een aandachtige, warme aanwezigheid is vaak genoeg.
- 1
Kijk
Ga in de buurt zitten. Wat trekt je kind aan? Waar blijft het hangen? Je hoeft nog niets te doen.
Ze legt steeds de blauwe blokken apart.
- 2
Wacht
Tel rustig tot tien voor je iets zegt of helpt. Vaak lost je kind het zelf op — en dat voelt goed.
De toren wankelt. Je wacht. Hij zet er een breder blok onder.
- 3
Benoem wat je ziet
Beschrijf zonder oordeel. Niet 'knap!', maar 'je hebt alle blauwe op een rij gelegd'. Zo voelt je kind zich gezien.
'Je giet heel langzaam, zodat het niet morst.'
- 4
Doe mee zonder over te nemen
Vraag of je mag meespelen. Neem een rol die je kind geeft. Volg hun regels, ook als ze veranderen.
'Mag ik een klant zijn in jouw winkel?'
- 5
Voeg zachtjes iets toe
Als het spel stilvalt, mag jij een klein idee aanreiken: een nieuw materiaal, een probleempje, een woord. Neemt je kind het niet op? Ook goed.
'Oei, de klant heeft geen geld. Wat nu?'
Lukt het niet altijd? Dat is heel normaal. Elk moment waarop je even kijkt in plaats van stuurt, telt.